Gedachten over vrolijkheid
- liesbethgoedbloed
- 20 dec 2021
- 2 minuten om te lezen
‘Doe eens even een beetje vrolijker jij met je Broeder Ezel’, zei hij. En daarna meteen: ‘Dat is ook helemaal niet aardig van mij, haha.’ De aula om ons heen stond stampvol mensen, allemaal schoolreüniegangers, allemaal blij om elkaar na twintig, dertig, veertig jaar weer eens te zien. Heel even maar viel ik stil, toen kwam de belofte. Ogenblikkelijk, als een Pavlov-reactie. Mijn volgende roman zou vrolijk zijn.
Er werden die dag wel meer dingen gezegd. Ik sprak mijn vroegere leraar Nederlands, de heer Groeneveld, die destijds met een arendsoog mijn schrijfsels las en ze van scherp en zeer ter zake commentaar voorzag. We hadden het over het meisje dat ik was, over Broeder Ezel, over poëzie en liturgie. Over wat hij voor mij had gedaan, en over mijn dankbaarheid.
De week erna kwam het niet van schrijven. Gedachten over vrolijkheid bevolkten mijn hoofd. Ik was kwaad op mij: op het feit dat ik de kritische stem van de één zoveel scherper hoorde dan de liefdevolle stem van de ander, en op mijn ernst, mijn dichtheid, mijn hoge soortelijk gewicht. ‘Ach, Broeder Ezel’, dacht ik steeds, ‘wat heb ik, onwaardige, jou toch te dragen gegeven? Was ik maar lichtvoetiger, was ik maar luchthartiger geweest. Nu zullen de mensen je wel haten.’
De gedachte aan pen of papier was ondragelijk. Ik werkte in de tuin. Ik sjouwde door de straten, mijn voddige ziel onder de arm. Geen ezel om die ziel voor mij te dragen: dat goede, grijze dier was in geen velden of wegen te bekennen. En het liep nog verder uit de hand, want ik heb daar talent voor: voor verdwalen in je eigen wanhoop en daarna nog lang in die dwaling volharden. Pas toen het echt niet meer ging, belde ik een lezer – een verstandige, warmhartige – en ik vertelde haar hoe vervreemd ik me voelde van Anna en de ezel, en ook van de eigenaardige, zwaarvoetige jongen die al bijna drie jaar in mijn hart en hoofd en dromen woont.
‘Ik heb hem verraden’, zei ik. ‘Nu kan ik niet meer schrijven.’
Ik weet niet wat ze tegen me zei, maar het was toveren met taal en toen het gesprek voorbij was, durfde ik weer terug het verhaal in. Zonder plicht tot vrolijkheid. Kilo’s lichter.
Column in het Nederlands Dagblad, december 2021

Comments